Intreerede NOVI Lectoraat
Allereerst mijn dank aan het bestuur van de Hogeschool NOVI voor mijn benoeming als lector en de Inventive Groep voor het mede mogelijk maken van deze intreerede.
Wat is een lector? Per 1 januari 1980 werden alle lectoren, die daartegen geen bezwaar maakten, collectief benoemd tot hoogleraar. Enkelen maakten wel bezwaar en bleven lector. In het hoger beroepsonderwijs (hbo) is rond 2001 in Nederland de functie lector (afkorting: lec.) geïntroduceerd.
In dit eerste college (de werkelijke betekenis van een intreerede) wil ik een overzicht geven vanaf 1958 van automatiseringsprojecten tot de enterprise engineering projecten van vandaag en de toekomst. Waarbij het draait om de vraag 'Waarom slagen of falen projecten?'
Dit college duurt maximaal 30 minuten. Daarom wordt 5 minuten besteed aan de periode tot 1987, 5 minuten aan de periode 1987-2011 en slechts 5 minuten aan de toekomst. De oplettende deelnemer merkt dat ik slechts 50% aan het woord ben ;-) Dat betekent dat dit college getypeerd kan worden als actie-leren u als deelnemer mede producent bent van de lesstof. Aan het eind van deze dag wordt de intreerede met uw inbreng uit de computer gegenereerd, aangevuld met youtube video's en foto's ofwel onderwijs 2.0.
De uitdagingen van het lectoraat zoals vermeldt in het persbericht en de uitnodiging betreffen het verbinden van:
1. De praktijk van het beroepenveld (opdrachtgevers en studenten) met de
2. De theorie in het onderwijs (docenten)
3. Informatica met
4. Bedrijfskunde en
5. Kennispartners (vernieuwing onderwijs)
In de praktijk en theorie draait het om: Waarom projecten slagen of falen? Per 2011 is de stand van zaken, zoals blijkt uit de onderzoeken van de Standish Group (zie ondermeer De Telegraaf van 10 oktober 2011) dat 44 procent van de projecten als mislukt moet worden beschouwd. 'Interessant' is dat hoe hoger de loonsom van de ICT-ers des te hoger de verliezen oplopend bij 10 miljoen dollar tot 63 procent. Markant is dat er in die categorie geen enkel project is gevonden dat binnen planning en budget kon worden opgeleverd. Een bevinding mag zijn dat zonder kritische reflectie op de praktijk en zonder nieuwe concepten/theorie het beroepenveld en onderwijs in hetzelfde kringetje zal blijven ronddraaien. Toepassing van actie-leren, zoals Kolb's leercyclus, met actie-onderzoek ofwel een double loop is nodig om anders in plaats van harder te werken.
Zoals gezegd besteed ik 5 minuten aan de periode tot 1987, wat een beter eerbewijs kan een zoon geven, door deze 5 minuten te besteden aan de verhalen van zijn vader uit die periode en een daarvan voor te lezen uit het boek Eenvoud in Complexiteit?
Vijftig jaar automatisering is vijftig jaar fascinatie. Fascinatie voor de onbegrensde mogelijkheden van computers en hun invloed op het bedrijfsleven, de overheid en de maatschappij. Fascinatie voor de worsteling om de mystieke kracht van elektronica op een verantwoorde, maar ook commerciële manier in te zetten voor het ontwikkelen en gebruiken van steeds intelligentere informatiesystemen. Die fascinatie is bij Theo Mulder begonnen in 1963, toen hij werkzaam was als rekenaar van afkoopwaardes van begrafenispolissen en door zijn werkgever, de Olveh van 1879, werd gevraagd deel uit te maken van het team dat de komst van de eerste computer moest voorbereiden. Dit was de start van een avontuur in de automatisering, het avontuur van een informaticus, ondernemer, auteur en hoogleraar.
In de beginjaren van de automatisering was het normaal dat werkgevers het volgen van dag- en avondopleidingen stimuleerden en financierden. In de eerste decennia van de
automatisering kwam de technische kennis vooral van producenten en leveranciers van
automatiserings-producten en diensten, gevolgd door niet reguliere (en dus niet gesubsidieerde) opleidingsinstituten. Later volgde het reguliere of bekostigde onderwijs.
De Stichting Studiecentrum voor administratieve Automatisering bood als eerste in Nederland vanaf de jaren zestig een volwaardige algemene automatiseringsopleiding aan op HBO-niveau onder de naam AMBI (Automatisering en Mechanisering van Bestuurlijke Informatieverzorging). AMBI is een niet-gesubsidieerde avond- of deeltijdopleiding. Theo volgde die opleiding, had er kritiek op en werd vervolgens door directeur prof. A.J. van 't Klooster uitgenodigd om in dienst te komen van het Studiecentrum. Vanaf 1970 maakte hij als docent en later als hoofd Opleidingen de enorme groei en vernieuwing van AMBI mee. De Stichting maakte woelige tijden door en werd uiteindelijk gesplitst in een opleidingsbedrijf (NOVI) en een Exameninstituut EXIN. Klaas van der Heide was in die periode eveneens ICT-docent van het studiecentrum en een genie in het ontwikkelen van programmatuur. Het lag voor de hand dat Theo en Klaas in 1974 een eigen onderneming startten, te weten Infohouse. Uit deze pioniersperiode komt dit (ingekorte) verhaal:
Het bed van Louis.
Het licht brandde al, toen de directeur van het systeemhuis bij zijn kantoor arriveerde. Nieuwsgierig liep hij het pand door en zag niemand, tot hij op de ontwikkelingsafdeling twee benen onder een bureau zag uitsteken. Hij maakte Louis wakker en vroeg wat er gebeurd was. Louis was een technische jongen. Vrijgezel. Iemand die altijd tot de kern van het technische probleem doordrong. Hij was als derde werknemer in dienst gekomen. Een tomeloze inzet. Hij stond nummer 1 in de informele competitie, wie het langste kon werken zonder te slapen. Het record stond op 36 uur. "Ik moest vannacht een systeem genereren. Dat kost een uurtje. Ik ben even onder het bureau gaan liggen en toen in slaap gevallen." "Louis, dit kan zo niet, man. De grond is hartstikke koud en hard. We kopen voor jou een bed en zetten dat in het verwarmingshok." De directeur had ook kunnen zeggen, dat Louis op normale tijden moest werken maar dat kwam niet in hem op. Louis zou dat trouwens niet begrijpen. Die vond toch al dat het bedrijf bergafwaarts ging, omdat alle nieuwkomers gewoon van 9 tot 5 werkten.
Hoe het verhaal van de onderneming Infohouse en later Multihouse verder gaat, kunt u lezen in het boek Eenvoud in Complexiteit. Voor dit college gaat het om de verbinding tussen de praktijk en het onderwijs en gaan we door naar 1989 toen Theo prof. Jan van Oorschot opvolgde als voorzitter van de Raad van Advies van EXIN. Theo heeft zijn betrokkenheid bij EXIN altijd gezien als een soort 'back to the future' en had daardoor een speciale affiniteit met EXIN. In 1994, toen EXIN tien jaar bestond, werd hij gevraagd het voorzitterschap van het Algemeen Bestuur van EXIN over te nemen van Herman Koenen. Daarmee verschoof zijn inhoudelijke inbreng naar die van een ondernemer / bestuurder en deed hij wat hij was: een ondernemer met affiniteit voor kennisoverdracht.
In de periode 1990 tot 1995 daalde het aantal (landelijke AMBI- en PDI-)examens sterk tot circa 13.000 per jaar. Het roer moest om. De wat ambtelijke EXIN-organisatie moest flexibeler worden. Via marktonderzoeken werd bepaald welke opleidings- en examenbehoeften er bestonden. In plaats van een of twee examens per jaar per opleiding, werd een systeem ontwikkeld waarbij examens computergestuurd konden worden afgenomen, dat bood de mogelijkheid 'doorlopend' examen te doen. In die periode wist EXIN een aantal nieuwe landelijke examens deels teniet deed, zoals de zeer succesvolle ITIL-examens (gericht op ICT-beheer en ICT-exploitatie). Deze examens worden nu wereldwijd afgenomen. Aan Wim Troost, lid van het Algemeen Bestuur, oud-Philips-directeur, komt de eer toe al in een zeer vroeg stadium te hebben gewezen op de mogelijkheden van internationalisatie van examens, toen niemand daar nog in geloofde en aan Theo en Aad van der Niet om deze mogelijkheid te realiseren. Een zeer groot deel van de opbrengsten (te weten 95%) komen thans uit het afnemen van examens in het buitenland. EXIN neemt examens af in meer dan honderd landen.
Graag wil ik aan de tafelvoorzitters vragen 1 kenmerk te versturen via het MeetingWorks systeem. Welke eis stelden we aan het beroepenveld in 1963?
Reacties van de tafels
Op de vragen wat zijn de eisen aan en vanuit het beroepenveld van toen (de automatiseerders/informatici in 1963) en in de toekomst vanaf 2012 (denk hierbij aan de enterprise managers & engineers) hebben de tafels onderstaande reacties verzonden.

Reflectie & actie
In reflectie op de ontwikkelingen in het niet-bekostigd ICT-onderwijs, wil het lectoraat 'Mangement & Engineering van informatiesystemen & organisaties' de volgende acties onderzoeken, -nemen & -wijzen:
- HBO studie Enterprise Engineering
- Vernieuwing onderwijs, ondermeer door inzet van onderwijsmiddelen zoals wiki's, coaching op afstand en elektronisch ondersteuning van besluitvorming
- Combineren van actie-leren met actie-onderzoek, onder andere in theses in publicaties
- Het toetsen van de theorie van 'Enterprise Engineering' aan de praktijk
Immers een lector is een soort praktijkprofessor...
prof.dr.mr Jan Grijpink (Universiteit Utrecht)
ir. Oscar Helfferich (programma-manager LOI)
dr. Bert Melief (commissaris EXIN)
Jilt Sietsma (bestuursvoorzitter Hogeschool NOVI)









